Geacht college,

Naar aanleiding van de nieuwe havenverordening Harlingen 2020 (artikel 3.11) zijn vertegenwoordigers van de (Harlinger) sloeproeiers in de Harlinger Haven in gesprek geweest met zowel de portefeuillehouder als met de havendienst (Port of Harlingen) over de ontheffing van het verbod om gebruik te maken van de havens van Harlingen en de vooraarden die daarvoor zouden moeten gelden. Eén van de nieuwe voorwaarden voor ontheffing is dat alle sloepen vanaf het seizoen 2022 moeten zijn uitgerust met een marifoon. De opgegeven reden hiervoor is dat de havendienst als gevolg van te grote werkdruk geen mogelijkheid ziet om contact via de mobiele telefoons van de stuurlieden te onderhouden. Voor 2021 geldt nog de overgangssituatie dat er wel mobiel telefoonverkeer met de havendienst mogelijk is.

Zoals u weet mag men niet zomaar een marifoon gebruiken, maar dient te gebruiker ervan daarvoor te zijn opgeleid en in het bezit te zijn van certificaat en een vergunning. Tot nu toe is echter nog geen enkele sloep voorzien van een marifoon en hebben er nog maar heel weinig stuurlieden een certificaat. Kortom, met deze voorwaarde gesteld door de havendienst worden de sloepen(verenigingen) van Harlingen flink op kosten gejaagd.

Volgens de bijgevoegde subsidieaanvraag bij de gemeente Harlingen gaat het om in totaal circa € 7.500,= voor de aanschaf van de marifoons en de kosten voor de cursus. Hierbij zitten dan nog niet eens de kosten voor de heraanschaf van marifoons en de cursussen voor nieuwe stuurlieden.

De subsidieaanvraag is ingediend bij het college (de heer Paul Schoute) en Port of Harlingen. Via de betrokken ambtenaar is de aanvrager meegedeeld dat de gemeente hiervoor geen geld heeft en dat de betrokken verenigingen/sloepen via de geijkte subsidieprocedures individueel hun aanvragen kunnen indienen bij de gemeente. Kortom, de beoogde samenwerking en gezamenlijke coördinatie op dit onderwerp wordt door de gemeentelijke bureaucratie om zeep geholpen. Bovendien wordt hiermee een grote drempel opgeworpen voor de Harlinger sloeproeiers om als vanouds veilig te kunnen blijven roeien in de Harlinger havens.

Daarom hebben wij de volgende vragen voor het college van B&W:

  1. Wat is in het algemeen het standpunt van het college, de portefeuillehouder van havenzaken, de portefeuillehouder van sportfaciliteiten en de portefeuillehouder van (sport)welzijn ten aanzien van de hiervoor geschetste situatie?
  2. Beschouwt het college van B&W deze aangelegenheid als een havenaangelegenheid, een sportaangelegenheid, een welzijnsaangelegenheid of is dit eigenlijk een combinatie van alle drie genoemde aangelegenheden?
  3. In hoeverre erkent het college van B&W het sloeproeien als een gerespecteerde en reeds lang beoefende sport in Harlingen?
  4. Draagt de benadering van de gemeente Harlingen volgens het college bij aan een adequate oplossing van de door de Havendienst (Port of Harlingen) gecreëerde knelpunten voor de Harlinger sloeproeiers?
  5. In hoeverre erkent het college van B&W het nut en de noodzaak van een gecoördineerde samenwerking tussen de sloeproeiers en de Port of Harlingen en de gemeente Harlingen?
  6. In hoeverre is het college bereid om ten aanzien van de door POH gecreëerde knelpunten in samenwerking met de vertegenwoordigers van de Harlinger sloeproeiers daadwerkelijk oplossingen te zoeken?
  7. In hoeverre zijn de drie onder punt 1 genoemde portefeuillehouders bereid en in staat om in gezamenlijkheid tot een oplossing voor de Harlinger sloeproeiers te komen?
  8. In hoeverre steunt het college van B&W het standpunt van de Havendienst (POH) dat men als gevolg van te hoge werkdruk niet in staat zou zijn om via mobiele telefoons contact te onderhouden met de stuurlieden van roeisloepen?
  9. In hoeverre steunt het college van B&W de gestelde voorwaarde van de Havendienst (POH) om marifoons aan boord van de roeisloepen te moeten hebben?
  10. Als het college van B&W de voorwaarde van POH ondersteunt, welke budgettaire mogelijkheden zijn er voor de gemeente Harlingen om voor de Harlinger sloeproeiers op gecoördineerde wijze en in samenwerking de aanschaf van de vereiste marifoons en de kosten van de benodigde cursussen, nu en in de toekomst, te realiseren?
  11. Waarom maakt het college van B&W geen gebruik van de in de havenverordening vermelde mogelijkheden om ontheffing of vrijstelling te verlenen conform artikel 1.8?
  12. Kortom, hoe gaat het college op korte termijn constructief bijdragen aan de instandhouding van de sloeproeisport in Harlingen?

Namens de fractie van PvdA, Ron Leen

Antwoord op raadsvraag PvdA - Sloeproeien in de haven van Harlingen