Geacht college,

1) Wij kunnen ons nog een klein beetje voorstellen dat mogelijkerwijs bepaalde details uit de vaststellingsovereenkomsten met de Fa. Van Meurs vooralsnog geheim moeten blijven, maar kan het college gedegen onderbouwen waarom de volledige overeenkomsten geheim zouden moeten blijven?

2) Kan het college aangeven wat het volledige kostenplaatje wordt van genoemde overeenkomsten en hoe dat is opgebouwd?

2a) Aangezien een deel van de kosten van het parkeerterrein door de gemeente worden gedragen: Staat het juridisch vast dat alle (min of meer roerende) zaken die door de gemeente van de Fa. Van Meurs worden overgenomen daadwerkelijk volledig door de Fa. Van Meurs zijn aangeschaft c.q. geinvesteerd en welk afschrijvingspercentage is op deze zaken toegepast?

3) In het kader van openheid, transparantie en verantwoording kan het toch niet de bedoeling zijn dat de kosten die voor de gemeente gemoeid zijn met deze overeenkomsten geheim gaan blijven voor de bevolking? Anders gezegd: het is toch niet de bedoeling van het college deze kosten niet op transparante wijze te verantwoorden in de jaarstukken 2020/2021? En daarmee zijn we weer bij de vragen 1) en 2)

4) Hoe moeilijk misschien ook in coronatijden: wanneer vindt er een raadsvergadering over deze vaststellingsovereenkomsten plaats? (zie ook het inmiddels bekende art. 169 Gemeentewet)

 

5)In de RIB wordt voor de geheimhouding verwezen naar art. 25 Gemeentewet. In dat art. staat echter niets inhoudelijks betreffende geheimhouding, alleen een verwijzing naar art. 10 WOB. In dat art. 10 kunnen wij echter geen argumentatie vinden voor de op te leggen geheimhouding t.a.v. de vaststellingsovereenkomst met de Fa. Van Meurs. Graag ontvangen we van het college een onderbouwde verwijzing naar een onderdeel van dat art. 10 WOB dat hier van toepassing zou zijn.

Namens de fractie van Wad'n Partij Harlingen, Wim Wildeboer

Deze Raadsvragen zijn inmiddels beantwoord. De antwoorden zijn geheim.