Op 14 oktober jl. heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen gemeente Harlingen en Ludinga Vastgoed B.V. Onderwerp van geschil was de afrekening van grondtransacties bij verkoop van woningbouwkavels. In 2018 heeft de gemeente Ludinga Vastgoed gedagvaard en betaling van diverse kosten van grondtransacties gevorderd. De rechtbank heeft alle vorderingen van de gemeente toegewezen en Ludinga Vastgoed veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2,15 miljoen.

 

Ludinga Vastgoed kwam afspraken niet na

Voor de ontwikkeling van de wijk Ludinga aan de zuidoostkant van de stad, hebben zowel gemeente Harlingen als Ludinga Vastgoed gronden ingebracht. Tussen de partijen zijn afspraken gemaakt over de afrekening van grondtransacties na verkoop van de woningbouwkavels aan de uiteindelijke kopers. Ook voor gronden die de ontwikkelaar zelf inbrengt moet worden afgerekend met de gemeente. Deze afspraak is Ludinga Vastgoed niet nagekomen. Voor gronden die zij zelf heeft ingebracht en als bouwkavel heeft verkocht, heeft de gemeente geen betalingen ontvangen.

 

Meerdere verzoeken tot betaling

In 2016 en 2017 heeft de gemeente meerdere verzoeken tot betaling gedaan, maar Ludinga Vastgoed weigerde te betalen. Dit was voor de gemeente reden om in 2018 haar vorderingen op Ludinga Vastgoed aan de rechtbank voor te leggen. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

 

Samenwerkingsovereenkomst

Ludinga Vastgoed is de ontwikkelaar van de wijk Ludinga aan de zuidoostkant van de stad. In 2004 hebben deze ontwikkelaar en gemeente Harlingen hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten. Hierin staan onderlinge afspraken over de ontwikkeling en realisatie van dit destijds nog nieuwe woongebied. Een van de afspraken was dat Ludinga Vastgoed bijdraagt in de plankosten voor het gebied en in de kosten voor bovenwijkse voorzieningen die worden gerealiseerd. Ook als het gaat om  gronden die zij zelf heeft ingebracht.