Robin Kramer wint Anton Wachterprijs 2026 in Harlingen

Schrijver Robin Kramer heeft op zaterdag 20 juni in Harlingen de Anton Wachterprijs 2026 gewonnen. Hij kreeg de prijs voor zijn verhalenbundel Achtertuinen. Burgemeester Sjerps reikte de prijs aan hem uit. De Anton Wachterprijs is een belangrijke landelijke prijs voor het beste Nederlandstalige prozadebuut. Dit jaar waren er 95 inzendingen. Het is de 25e keer dat de prijs wordt uitgereikt.

Over het winnende boek

Volgens de jury laat Achtertuinen zien wat er gebeurt in het leven rond je dertigste. Het boek bestaat uit korte hoofdstukken met herkenbare situaties. De jury noemt de stijl van Kramer “geestig, maar ook droevig en berustend”. De verhalen lijken los te staan, maar vormen samen bijna een roman.

Sterke selectie van debutanten

De jury spreekt van een sterke lichting debutanten. Naast Kramer waren ook vier andere schrijvers genomineerd:

Mira Aluç (Sprokkelaars)
Thijs Hoekstra (Kuren)
Manik Sarkar (Ossenkop)
Jan Wester (Koeman)

Alle genomineerden waren aanwezig bij de uitreiking in Harlingen.

Verbinding met Harlingen

De prijs wordt sinds 1977 uitgereikt en is genoemd naar Anton Wachter, een personage uit de boeken van Simon Vestdijk. De bekendmaking van de winnaar vond plaats vlak voor de start van het Literair Festival Harlingen. Het is de tweede keer dat de winnaar pas op de dag zelf bekend werd gemaakt.

Eerdere winnaars zijn onder anderen Arnon Grunberg, A.F.Th. van der Heijden, Tessa de Loo en Tiemen Hiemstra.

Over de prijs

De winnaar ontvangt een geldbedrag van € 2.000 en een beeld van Anton Wachter. De Anton Wachterprijs wordt georganiseerd in opdracht van gemeente Harlingen, in samenwerking met Bibliotheken Noord Fryslân, gemeentemuseum het Hannemahuis, Van der Velde Boeken en de Vestdijkkring.

Speech burgemeester Ina Sjerps

Anton Wachterprijs 2026

‘Mensen veranderen. Als je niet op tijd met ze mee verandert verlies je ze.’

En verlies is het thema dat dit boek in de vorm van zachte weemoed kleurt. 
Beter nog dan ‘verlies’ beschrijft het Portugese ‘saudade’ de sfeer van het boek.

De hoofdpersoon van ‘Achtertuinen’ bevindt zich in een liminale periode. 
Een surplace.
Stilstand.

Hij, een licht depressieve dertiger, bevindt zich tussen twee werelden.

De wereld waarin hij en zijn vrienden naar de tv-serie Friends keken, dronken werden, nachten doorhaalden, Titaantjes waren.

‘Het voelde als een pact: we zouden niet oud worden voordat we oud waren’

Maar Matthew Perry is dood.

Zijn vriend Anders, die in de schuldhulpverlening zit, wil in dat uitgestelde studentenleven blijven leven. 
Hij wil voor altijd blijven wonen in zijn spoedwoning waar een vlek in zijn broek betekent dat hij voortaan een broek met een vlek draagt.

De andere wereld is die van de vrienden die het burgerlijke leven leiden van mensen die een feestje geven omdat ze nieuwe vlonders hebben op hun dakterras. 
Die trouwen, maar het niet zo willen noemen. 
Die kerstverlichting ophangen in december.
Die kinderen krijgen.

Wat te doen? 
De ik-persoon observeert.

Hoe lang kun je het moment tegenhouden waarop je moet kiezen? 
Kiezen voor een toekomst die niet meer onbestemd en grenzeloos is, maar ingevuld met plannen maken en uitvoeren. 
Met verantwoordelijkheid dragen voor jezelf en anderen.
Het moment waarop je volwassen wordt.

Of niet.

De ik-figuur stelt uit en observeert. 
Op afstand van de werkelijkheid om hem heen.
In bijna alle verhalen in deze bundel komen foto’s voor, dia’s, film, video’s. Een echo, een telescoop. De werkelijkheid wordt door een lens waargenomen en het verleden wordt op deze manier teruggehaald. 
En geïdealiseerd.
Alleen in het verhaal dat vanuit het perspectief van Vera, de partner van de hoofdpersoon, is geschreven, gebeurt dit niet. 
Vera staat dan ook in, niet naast het leven.

Ook in zijn werk observeert de ik-figuur. Hij maakt deel uit van de wereld van kunstenaars, maar als verslaggever, niet als maker.

‘Hij houdt van de oceaan zoals hij van de meeste dingen houdt: zichtbaar maar op afstand’ zegt Vera.
Vera, die hem bemoedert en beschermt tegen de boze buitenwereld. 
Die hem het liefste in een doosje zou willen doen. Zodat hij van haar is.

De vrouwen in dit boek, die dezelfde leeftijd hebben als de ik-figuur en op verschillende momenten hun leven met hem hebben gedeeld of nog delen, hebben niet voor niets grijze haren, grijze ogen. 
Zij hebben de stap naar volwassenheid allang gemaakt.
Roos, bijvoorbeeld, die jaren geleden al zei dat ze kon niet blijven aankloten. ‘Ze wilde haar toekomst, niet een toekomst’. 
Maartje, die een kind krijgt en op zijn moeder lijkt als ze naar hem zwaait.

Maar eigenlijk heeft de ik-figuur ook al gekozen: op het toilet van zijn vriend Anders hangt een foto van hen tweeën. 
Anders in boxershort, de ik-figuur in pak. 
‘Nu is het niet geestig meer. Ik ben van die bank opgestaan. Hij zit er nog steeds’.

En ook al zou hij geen keuze maken, hij kan geen kant op:
Vera wil dit jaar ook meedoen met het ophangen van kerstverlichting. 
‘Ze zegt: bijna iedereen doet mee, behalve wij. Ze zegt: We kunnen niet nog een jaar achterblijven”.

Een boek over saudade, over niet willen kiezen en niet willen verliezen, over moeders en kinderen.
En over mannen, dertigers, die niet volwassen willen worden.

De vraag die onwillekeurig opkomt is, in hoeverre de auteur en de ik-figuur dezelfde zijn. 
Is Achtertuinen een bundel verhalen of zijn het uittreksels uit een biografie?

Robin Kramer mag dit zelf, als hij wil, vertellen, maar voor nu: van harte gefeliciteerd met deze prachtige onderscheiding!